KvKas: Mrt 25

Elke maand selecteer ik twaalf nummers die mijn oren de afgelopen tijd hebben kunnen bekoren. En die ze daarom heel graag met u willen delen, want zo zijn ze, die oren van mij.

Beluister de playlist hier (mocht u de vorige gemist hebben, die is hier te vinden) en lees onderstaande liner notes. Of beter nog: onderga deze klanken met gesloten ogen en bewaar mijn associatieve geouwehoer lekker voor achteraf.

01. Roberta Flack - Tryin’ Times (1969)
Omdat deze tijden ook nogal tryin’ zijn, op z’n zachtst gezegd. En de muzikale grootheden dan ook nog eens dit aardse tranendal één voor één verlaten, zoals deze invloedrijke zangeres en toetseniste. Dit nummer komt van haar debuutplaat First Take, een hoogst origineel album door de combinatie van soul met jazz (en een vleugje folk), strijdvaardigheid met sereniteit, het hemelse met het aardse, maar dit alles volstrekt vanzelfsprekend klinkend. Elke noot klopt en dan te bedenken dat deze plaat, zoals de titel al aangeeft, in een enkele take is opgenomen.

02. Nina Simone - My Father (1978)
Ik luisterde pas naar het legendarische BBC-radioprogramma Desert Island Disc, dat al sinds 1942 zijn gasten dezelfde vraag stelt: welke acht platen (plus een boek en luxe-item) zou je meenemen naar een onbewoond eiland en waarom? Te gast was Nick Cave. Nou is het altijd een louterende ervaring deze grootheid geïnterviewd te horen worden, ook al krijgt hij de afgelopen jaren steevast dezelfde vragen en geeft hij daarop braaf dezelfde antwoorden, maar nooit weten die woorden ook maar een beetje flets te worden, waarschijnlijk kan de beste man nu eenmaal niet anders dan je in je ziel te grijpen (nou, vooruit, bij de vragen over zijn keramiekhobby mogen mijn gedachten altijd even afdwalen). Luister de aflevering hier terug. Spoileralert: Nicks muziekkeuzes waren niet al te verrassend. Natúúrlijk Johnny Cash, John Lee Hooker, T. Rex, Kanye West. En Nina Simone, ook dat was wel te verwachten. Eén van haar laatste optredens was op een festival dat Cave mocht samenstellen in 1999, Cave’s rechterhand Warren Ellis schreef een paar jaar geleden het boek Nina Simone’s Gum over het kauwgumpje dat zij daar onder de piano plakte en dat Ellis sindsdien als een relikwie koestert. Nou is het heerlijke aan Simone (en wat is er toch veel heerlijk aan haar!) dat zij zo’n schatrijk oeuvre heeft achtergelaten dat er altijd wel weer een nieuwe schat in te ontdekken blijkt. Ik heb aardig wat platen van de hogepriesteres in de kast staan, maar dit nummer, dat je vanaf de eerste toon volledig in zijn greep houdt en vanaf daar steeds verder openbloeit, kende ik nog helemaal niet. Dank dus aan Nick en zijn eiland! Het blijkt oorspronkelijk een ontroerend liedje van Judy Collins. Maar zoals altijd bij Nina Simone, weet haar interpretatie het origineel volledig te transcenderen. De tekst lijkt haar op het lijf geschreven omdat zij later in Parijs ging wonen, al wist ze dat op het moment van zingen nog niet (maar misschien horen we hier wel dat ze daar toen al over aan het dromen was).

03. Karen Dalton - Something On My Mind (1971)
Nou vooruit, ik pik nog een eilandselectie van Ome Nick, ditmaal een nummer dat ik wél al kende, maar dat niet vaak genoeg gehoord kan worden. Een artieste met een tragische levensloop, die slechts twee platen maakte en pas veel later enige erkenning kreeg. Er schijnen mensen te bestaan die haar stem afgrijselijk vinden, maar er schijnen ook mensen te bestaan die denken dat de aarde plat is of die ananas op hun pizza doen.

04. Dillard & Clark - Train Leaves Here This Mornin’ (1968)
Onlangs kwam ik in een tweedehandsbak een elpee tegen die ik al een behoorlijke tijd zocht, dat is toch altijd wel een fijne sensatie. Het was The Fantastic Expedition of Dillard & Clark, het eerste album van banjovirtuoos Doug Dillard en het tranentrekkende genie Gene Clark (bekend van onder meer de vroege Byrds en vele prachtige soloplaten). Dit liedje is mijn favoriet, vanwege de kabbelende weemoed en de hemelse samenzang. Clark schreef het samen met Bernie Leadon, die het een paar jaar later mee zou nemen naar diens nieuwe band The Eagles. Die versie is ook best mooi, maar verbleekt bij de magie van het origineel.

05. Kim Deal - Nobody Loves You More (2024)
Ik las eens een interview met Kim en haar zus Kelley Deal, beiden van de band The Breeders, toen zij net hun heroïneverslaving hadden ingeruild voor een breimanie. Kelley schreef er zelfs een boek over, Knitting On The Road. The Breeders waren minstens zo briljant als de Pixies, waar Kim natuurlijk nog bekender van is, maar sinds zij vervangen werd door een trits andere vrouwelijke bassisten, heeft die band toch behoorlijk aan coolheid ingeboet. Kim lijkt weinig te hoeven doen om cool te zijn, ze ís het gewoon, hoeft niet zo nodig iets te bewijzen en brengt daarom uitsluitend iets uit als ze daar écht zin in heeft. Vandaar dat zij onlangs na jaren radiostilte, als frisse zestiger opeens met haar solodebuut op de proppen kwam. Dat album staat vol topsongs, zoals dit romantische titelnummer met mariachi-accenten, en natuurlijk die sympathieke stem die hier nog meer dan ooit klinkt alsof ze net een heerlijk dutje achter de rug heeft.

06. Bonnie ‘‘Prince’’ Billy - London May (2025)
Tja, wat valt er nog te zeggen over de gelauwerde songschrijver Will Oldham, met zijn vele pseudoniemen waarvan Bonnie ‘‘Prince’’ Billy (al dan niet met die irritante aanhalingstekens) toch wel de bekendste is. Deze innemende weirdo blijft doodleuk platen uitpoepen waarop hij bijna altijd even traditioneel als origineel klinkt, en met een groots gevoel voor tekst en melodie garant staat voor een lach en een traan. ‘Leave it to solitude all alone, only the lonely can be so strong’ vind ik een waanzinnig goede openingsregel en vanaf daar heeft hij mij volledig meegenomen in dit liedje dat even troostrijk als pakkend is. In de beste Nashville-traditie dus ook wel, waar hij dit nieuwe album dan ook opgenomen heeft.

07. Richard Dawson - Gondola (2025)
Dit Britse heerschap maakt freakfolk met een punkige dwarsheid, zang die soms tegen het valsige aanschurkt en er soms olijk overheen dondert, en zichzelf begeleidt met werkelijk hypnotiserend klassiek gitaarspel. De teksten zijn al even surrealistisch als uit het leven gegrepen, dit liedje vanuit het perspectief van een oma die op haar leven terugkijkt (vrij letterlijk verbeeld in de bijbehorende clip).

08. Real Estate - Interior (2024)
De kabbelende klanken van deze band voelen voor mij vaak als de eerste lentestralen in de kou, dus behoorlijk perfect voor deze dagen. Op dit Big Star-achtige liedje werkt het contrast tussen die droog observerende beteuterde stem en de triomfantelijke trampoline-drums, waarlijk verslavend.

09. Felt - Riding On The Equator (1987)
Dit liedje ken ik door een boek dat ik nu aan het lezen ben, namelijk Nobody’s Empire van Stuart Murdoch. Dat boek kocht ik afgelopen november bij Waterstones, en liet het daar signeren door de auteur (zie foto). Murdoch is al zo’n kwart eeuw een enorme held van mij, een half jaar daarvoor had ik nog een geweldig concert gezien van zijn band Belle & Sebastian in het Amsterdamse Bos. De behoefte om helden te ontmoeten is bij mij nooit zo groot, maar tijdens onze conversatie van toch zeker vijf volle minuten (hij nam voor iedereen de tijd, maar er heerste zo’n prettige sfeer in de rij dat het geenszins op wachten leek) bleek hij zo zachtaardig en gevat als ik altijd had verwacht. Ik had me nog zo voorgenomen hem niet te vragen om een foto, dat leek me een beetje gênant, maar aangezien iedereen in de rij verlegen vriendelijk aan de persoon achter hem of haar vroeg de ontmoeting vast te leggen, voelde het bijna ongepast om dat niet ook te doen. En nu ben ik natuurlijk wel erg blij met dit aandenken. Het boek blijkt bovendien erg goed, wat ik me ook niet anders voor kon stellen. Murdoch is immers een literaire songschrijver met een onderscheidende stijl. Het is duidelijk autobiografisch (handelt voornamelijk over zijn leven met ME), maar in tegenstelling tot bij de meeste ‘schrijvende muzikanten’ is het zeker geen memoire, maar echt een roman. Natuurlijk komt er wel muziek in voor, en zo kom ik terug bij Felt. Ik kende deze band wel, maar dit nummer nog niet. Het hoofdpersonage, Stephen, zegt hierover: ‘I needed these three chords to keep tumbling over each other time and again. I needed to hear about the waiter and the caravan and Panama City and ‘the best woman you ever had’. (…) Every time the song finished, I died a death. Every time the song finished, I woke up a different person. I looked around the woods and no one was there; there was never anyone there.’ Het is inderdaad een nummer dat eeuwig door zou mogen, of misschien zelfs móeten, gaan.

10. Belle & Sebastian - Ever Had A Little Faith? (2015)
Nou vooruit, dan ook maar een liedje van Belle & Sebastian. Ze hebben zo ontzagwekkend veel briljante songs om uit te kiezen, dus ik maak het mezelf maar makkelijk en kies de enige die volgens het colofon in het boek voorkomt. Wat Stuart erover schrijft weet ik niet, want daar ben ik nog niet. Dit nummer is afkomstig van Girls In Peacetime Want To Dance, een voor deze band zeer wisselvallig album waar ik toch - ach, ik ben nu eenmaal een onverbeterlijke fanboy - een groot zwak voor heb (en Stuart zelf blijkbaar ook, want de titel van het boek is ook al van dat album afkomstig). Op die plaat lijkt de band in elk nummer als een andere band te willen klinken, een soort muzikale larping. Alleen in Ever Had A Little Faith? klinken Belle & Sebastian als Belle & Sebastian, of om preciezer te zeggen: het Belle & Sebastian van zo’n twintig jaar eerder. Een gemakzuchtige herhalingsoefening is het echter allerminst, Stuart is dit soort liedjes gewoon altijd blijven schrijven. En ook deze melodie zou gerust eeuwig door mogen gaan. Op mijn vinyl-uitgave (een doodvermoeiende boxset, bestaande uit vier plakken waarvan elke kant op een andere snelheid moet worden afgedraaid, wie bedenkt er zoiets…) babywiegt dit nummer nog ruim drie extra minuten onverdroten door, maar aangezien die versie niet op Spotify staat mag u dat staartje er lekker bij dromen.

11. Bill Fay - Dust Filled Room (1971)
Weer een onlangs overleden muzikant, deze Brit die begin jaren ‘70 twee albums uitbracht die totaal niet aansloegen. Tussen zijn tweede en derde album zat meer dan een halve eeuw, een periode waarin hij (voornamelijk onder muzikanten, zoals dat dan gaat) een cultstatus verwierf. In de afgelopen dertien jaar bracht hij dan weer drie albums uit. Een extreem gevalletje van laatbloeier dus. Die late platen zijn zeker mooi, maar persoonlijk heb ik meer met de vroege werken, vol Bijbelse verwijzingen en meeslepende orkestraties. Gek genoeg, vast weer iets met rechten, staan die platen niet op Spotify, enkel demo-versies ervan. In het geval van dit nummer maakt dat echter niet al teveel verschil, en misschien vind ik deze versie zelfs wat sterker: want een tikkie trager en daarmee des te bezwerender.

12. Marianne Faithfull - The Gipsy Faerie Queen (2018)
En dan om af te sluiten, de derde onlangs overleden muzikale grootheid van deze lijst. Marianne Faithfull is een artieste die altijd tot de verbeelding zal spreken, en die bovendien tot op het allerlaatst boeiende platen bleef maken (nou ja, haar laatste, waarop ze poëzie van onder meer Keats en Byron reciteert, is misschien niet iets voor elk moment). Op die laatste reeks platen werkte ze samen met uiteenlopende muzikanten als Damon Albarn, Jarvis Cocker en PJ Harvey. Maar haar trouwste bondgenoten waren toch wel Warren Ellis en Nick Cave, ja daar heb je ze weer. De tekst van dit nummer - verwijzend naar Shakespeare’s A Midsummer Night's Dream - schreef Faithfull met Cave in gedachten. "I know there are certain things he won't be interested in, so when I wrote for Nick I had to focus on what might please him," vertelde ze indertijd aan Uncut Magazine. "He likes things to be quite positive, not too gloomy and he likes things to be a little bit detached." Prima omschrijving van dit waanzinnige nummer wel, met Nick op piano en tweede stem, en Warren op altviool. En natuurlijk Marianne’s adelijke gekraak dat ons tot aan het einde der tijden in slaap mag blijven wiegen.

Nou, dat was ‘m dan weer. Tot volgende maand!

Me And The Stuart