KvKas: Mrt 25

Elke maand selecteer ik twaalf nummers die mijn oren de afgelopen tijd hebben kunnen bekoren. En die ze daarom heel graag met u willen delen, want zo zijn ze, die oren van mij.

Beluister de playlist hier (mocht u de vorige gemist hebben, die is hier te vinden) en lees onderstaande liner notes. Of beter nog: onderga deze klanken met gesloten ogen en bewaar mijn associatieve geouwehoer lekker voor achteraf.

01. Roberta Flack - Tryin’ Times (1969)
Omdat deze tijden ook nogal tryin’ zijn, op z’n zachtst gezegd. En de muzikale grootheden dan ook nog eens dit aardse tranendal één voor één verlaten, zoals deze invloedrijke zangeres en toetseniste. Dit nummer komt van haar debuutplaat First Take, een hoogst origineel album door de combinatie van soul met jazz (en een vleugje folk), strijdvaardigheid met sereniteit, het hemelse met het aardse, maar dit alles volstrekt vanzelfsprekend klinkend. Elke noot klopt en dan te bedenken dat deze plaat, zoals de titel al aangeeft, in een enkele take is opgenomen.

02. Nina Simone - My Father (1978)
Ik luisterde pas naar het legendarische BBC-radioprogramma Desert Island Disc, dat al sinds 1942 zijn gasten dezelfde vraag stelt: welke acht platen (plus een boek en luxe-item) zou je meenemen naar een onbewoond eiland en waarom? Te gast was Nick Cave. Nou is het altijd een louterende ervaring deze grootheid geïnterviewd te horen worden, ook al krijgt hij de afgelopen jaren steevast dezelfde vragen en geeft hij daarop braaf dezelfde antwoorden, maar nooit weten die woorden ook maar een beetje flets te worden, waarschijnlijk kan de beste man nu eenmaal niet anders dan je in je ziel te grijpen (nou, vooruit, bij de vragen over zijn keramiekhobby mogen mijn gedachten altijd even afdwalen). Luister de aflevering hier terug. Spoileralert: Nicks muziekkeuzes waren niet al te verrassend. Natúúrlijk Johnny Cash, John Lee Hooker, T. Rex, Kanye West. En Nina Simone, ook dat was wel te verwachten. Eén van haar laatste optredens was op een festival dat Cave mocht samenstellen in 1999, Cave’s rechterhand Warren Ellis schreef een paar jaar geleden het boek Nina Simone’s Gum over het kauwgumpje dat zij daar onder de piano plakte en dat Ellis sindsdien als een relikwie koestert. Nou is het heerlijke aan Simone (en wat is er toch veel heerlijk aan haar!) dat zij zo’n schatrijk oeuvre heeft achtergelaten dat er altijd wel weer een nieuwe schat in te ontdekken blijkt. Ik heb aardig wat platen van de hogepriesteres in de kast staan, maar dit nummer, dat je vanaf de eerste toon volledig in zijn greep houdt en vanaf daar steeds verder openbloeit, kende ik nog helemaal niet. Dank dus aan Nick en zijn eiland! Het blijkt oorspronkelijk een ontroerend liedje van Judy Collins. Maar zoals altijd bij Nina Simone, weet haar interpretatie het origineel volledig te transcenderen. De tekst lijkt haar op het lijf geschreven omdat zij later in Parijs ging wonen, al wist ze dat op het moment van zingen nog niet (maar misschien horen we hier wel dat ze daar toen al over aan het dromen was).

03. Karen Dalton - Something On My Mind (1971)
Nou vooruit, ik pik nog een eilandselectie van Ome Nick, ditmaal een nummer dat ik wél al kende, maar dat niet vaak genoeg gehoord kan worden. Een artieste met een tragische levensloop, die slechts twee platen maakte en pas veel later enige erkenning kreeg. Er schijnen mensen te bestaan die haar stem afgrijselijk vinden, maar er schijnen ook mensen te bestaan die denken dat de aarde plat is of die ananas op hun pizza doen.

04. Dillard & Clark - Train Leaves Here This Mornin’ (1968)
Onlangs kwam ik in een tweedehandsbak een elpee tegen die ik al een behoorlijke tijd zocht, dat is toch altijd wel een fijne sensatie. Het was The Fantastic Expedition of Dillard & Clark, het eerste album van banjovirtuoos Doug Dillard en het tranentrekkende genie Gene Clark (bekend van onder meer de vroege Byrds en vele prachtige soloplaten). Dit liedje is mijn favoriet, vanwege de kabbelende weemoed en de hemelse samenzang. Clark schreef het samen met Bernie Leadon, die het een paar jaar later mee zou nemen naar diens nieuwe band The Eagles. Die versie is ook best mooi, maar verbleekt bij de magie van het origineel.

05. Kim Deal - Nobody Loves You More (2024)
Ik las eens een interview met Kim en haar zus Kelley Deal, beiden van de band The Breeders, toen zij net hun heroïneverslaving hadden ingeruild voor een breimanie. Kelley schreef er zelfs een boek over, Knitting On The Road. The Breeders waren minstens zo briljant als de Pixies, waar Kim natuurlijk nog bekender van is, maar sinds zij vervangen werd door een trits andere vrouwelijke bassisten, heeft die band toch behoorlijk aan coolheid ingeboet. Kim lijkt weinig te hoeven doen om cool te zijn, ze ís het gewoon, hoeft niet zo nodig iets te bewijzen en brengt daarom uitsluitend iets uit als ze daar écht zin in heeft. Vandaar dat zij onlangs na jaren radiostilte, als frisse zestiger opeens met haar solodebuut op de proppen kwam. Dat album staat vol topsongs, zoals dit romantische titelnummer met mariachi-accenten, en natuurlijk die sympathieke stem die hier nog meer dan ooit klinkt alsof ze net een heerlijk dutje achter de rug heeft.

06. Bonnie ‘‘Prince’’ Billy - London May (2025)
Tja, wat valt er nog te zeggen over de gelauwerde songschrijver Will Oldham, met zijn vele pseudoniemen waarvan Bonnie ‘‘Prince’’ Billy (al dan niet met die irritante aanhalingstekens) toch wel de bekendste is. Deze innemende weirdo blijft doodleuk platen uitpoepen waarop hij bijna altijd even traditioneel als origineel klinkt, en met een groots gevoel voor tekst en melodie garant staat voor een lach en een traan. ‘Leave it to solitude all alone, only the lonely can be so strong’ vind ik een waanzinnig goede openingsregel en vanaf daar heeft hij mij volledig meegenomen in dit liedje dat even troostrijk als pakkend is. In de beste Nashville-traditie dus ook wel, waar hij dit nieuwe album dan ook opgenomen heeft.

07. Richard Dawson - Gondola (2025)
Dit Britse heerschap maakt freakfolk met een punkige dwarsheid, zang die soms tegen het valsige aanschurkt en er soms olijk overheen dondert, en zichzelf begeleidt met werkelijk hypnotiserend klassiek gitaarspel. De teksten zijn al even surrealistisch als uit het leven gegrepen, dit liedje vanuit het perspectief van een oma die op haar leven terugkijkt (vrij letterlijk verbeeld in de bijbehorende clip).

08. Real Estate - Interior (2024)
De kabbelende klanken van deze band voelen voor mij vaak als de eerste lentestralen in de kou, dus behoorlijk perfect voor deze dagen. Op dit Big Star-achtige liedje werkt het contrast tussen die droog observerende beteuterde stem en de triomfantelijke trampoline-drums, waarlijk verslavend.

09. Felt - Riding On The Equator (1987)
Dit liedje ken ik door een boek dat ik nu aan het lezen ben, namelijk Nobody’s Empire van Stuart Murdoch. Dat boek kocht ik afgelopen november bij Waterstones, en liet het daar signeren door de auteur (zie foto). Murdoch is al zo’n kwart eeuw een enorme held van mij, een half jaar daarvoor had ik nog een geweldig concert gezien van zijn band Belle & Sebastian in het Amsterdamse Bos. De behoefte om helden te ontmoeten is bij mij nooit zo groot, maar tijdens onze conversatie van toch zeker vijf volle minuten (hij nam voor iedereen de tijd, maar er heerste zo’n prettige sfeer in de rij dat het geenszins op wachten leek) bleek hij zo zachtaardig en gevat als ik altijd had verwacht. Ik had me nog zo voorgenomen hem niet te vragen om een foto, dat leek me een beetje gênant, maar aangezien iedereen in de rij verlegen vriendelijk aan de persoon achter hem of haar vroeg de ontmoeting vast te leggen, voelde het bijna ongepast om dat niet ook te doen. En nu ben ik natuurlijk wel erg blij met dit aandenken. Het boek blijkt bovendien erg goed, wat ik me ook niet anders voor kon stellen. Murdoch is immers een literaire songschrijver met een onderscheidende stijl. Het is duidelijk autobiografisch (handelt voornamelijk over zijn leven met ME), maar in tegenstelling tot bij de meeste ‘schrijvende muzikanten’ is het zeker geen memoire, maar echt een roman. Natuurlijk komt er wel muziek in voor, en zo kom ik terug bij Felt. Ik kende deze band wel, maar dit nummer nog niet. Het hoofdpersonage, Stephen, zegt hierover: ‘I needed these three chords to keep tumbling over each other time and again. I needed to hear about the waiter and the caravan and Panama City and ‘the best woman you ever had’. (…) Every time the song finished, I died a death. Every time the song finished, I woke up a different person. I looked around the woods and no one was there; there was never anyone there.’ Het is inderdaad een nummer dat eeuwig door zou mogen, of misschien zelfs móeten, gaan.

10. Belle & Sebastian - Ever Had A Little Faith? (2015)
Nou vooruit, dan ook maar een liedje van Belle & Sebastian. Ze hebben zo ontzagwekkend veel briljante songs om uit te kiezen, dus ik maak het mezelf maar makkelijk en kies de enige die volgens het colofon in het boek voorkomt. Wat Stuart erover schrijft weet ik niet, want daar ben ik nog niet. Dit nummer is afkomstig van Girls In Peacetime Want To Dance, een voor deze band zeer wisselvallig album waar ik toch - ach, ik ben nu eenmaal een onverbeterlijke fanboy - een groot zwak voor heb (en Stuart zelf blijkbaar ook, want de titel van het boek is ook al van dat album afkomstig). Op die plaat lijkt de band in elk nummer als een andere band te willen klinken, een soort muzikale larping. Alleen in Ever Had A Little Faith? klinken Belle & Sebastian als Belle & Sebastian, of om preciezer te zeggen: het Belle & Sebastian van zo’n twintig jaar eerder. Een gemakzuchtige herhalingsoefening is het echter allerminst, Stuart is dit soort liedjes gewoon altijd blijven schrijven. En ook deze melodie zou gerust eeuwig door mogen gaan. Op mijn vinyl-uitgave (een doodvermoeiende boxset, bestaande uit vier plakken waarvan elke kant op een andere snelheid moet worden afgedraaid, wie bedenkt er zoiets…) babywiegt dit nummer nog ruim drie extra minuten onverdroten door, maar aangezien die versie niet op Spotify staat mag u dat staartje er lekker bij dromen.

11. Bill Fay - Dust Filled Room (1971)
Weer een onlangs overleden muzikant, deze Brit die begin jaren ‘70 twee albums uitbracht die totaal niet aansloegen. Tussen zijn tweede en derde album zat meer dan een halve eeuw, een periode waarin hij (voornamelijk onder muzikanten, zoals dat dan gaat) een cultstatus verwierf. In de afgelopen dertien jaar bracht hij dan weer drie albums uit. Een extreem gevalletje van laatbloeier dus. Die late platen zijn zeker mooi, maar persoonlijk heb ik meer met de vroege werken, vol Bijbelse verwijzingen en meeslepende orkestraties. Gek genoeg, vast weer iets met rechten, staan die platen niet op Spotify, enkel demo-versies ervan. In het geval van dit nummer maakt dat echter niet al teveel verschil, en misschien vind ik deze versie zelfs wat sterker: want een tikkie trager en daarmee des te bezwerender.

12. Marianne Faithfull - The Gipsy Faerie Queen (2018)
En dan om af te sluiten, de derde onlangs overleden muzikale grootheid van deze lijst. Marianne Faithfull is een artieste die altijd tot de verbeelding zal spreken, en die bovendien tot op het allerlaatst boeiende platen bleef maken (nou ja, haar laatste, waarop ze poëzie van onder meer Keats en Byron reciteert, is misschien niet iets voor elk moment). Op die laatste reeks platen werkte ze samen met uiteenlopende muzikanten als Damon Albarn, Jarvis Cocker en PJ Harvey. Maar haar trouwste bondgenoten waren toch wel Warren Ellis en Nick Cave, ja daar heb je ze weer. De tekst van dit nummer - verwijzend naar Shakespeare’s A Midsummer Night's Dream - schreef Faithfull met Cave in gedachten. "I know there are certain things he won't be interested in, so when I wrote for Nick I had to focus on what might please him," vertelde ze indertijd aan Uncut Magazine. "He likes things to be quite positive, not too gloomy and he likes things to be a little bit detached." Prima omschrijving van dit waanzinnige nummer wel, met Nick op piano en tweede stem, en Warren op altviool. En natuurlijk Marianne’s adelijke gekraak dat ons tot aan het einde der tijden in slaap mag blijven wiegen.

Nou, dat was ‘m dan weer. Tot volgende maand!

Me And The Stuart

KvKas: Feb 25

Tussen februari 2010 en december 2011 - zeg maar gerust een eeuwigheidje geleden - was mijn stem elke donderdagmiddag te horen op AmsterdamFM. In de rubriek De Keuze van Kas besprak ik wekelijks een pas uitgekomen album. Ik heb besloten deze titel weer eens uit de mottenballen te halen, maar dan voor een maandelijks playlistje. Hierop niet enkel ruimte voor recente vondsten, maar ook vertrouwde favorieten of (her)ontdekkingen uit een verleden. Zeg maar een dwarsdoorsnede van wat mijn oren de laatste tijd zoal geconsumeerd hebben. De ene keer zal dat een coherente flow opleveren, de andere keer vliegt het lekker vele kanten op. En o ja, het moeten elke keer twaalf nummers zijn, niet meer en niet minder. Omdat het universum al chaotisch genoeg is.

Spotify-luisteraars beluisteren de lijst hier.
Maak je gebruik van een ander medium, dan mag je het eigenhandig bij elkaar sprokkelen op basis van onderstaande liner notes.

1. Dale Cooper Quartet & The Dictaphones - Eux Exquis Acrostole (2011)
Mijn geliefde is een veel avontuurlijkere platenkoper dan ik ben. Regelmatig brengt ze een ‘wildcard’ naar huis: aangeschaft op basis van uiterlijk alleen. Soms warm ik me aan de gedachte dat ik misschien ook wel zo’n wildcard ben die hopelijk geslaagd blijkt. Deze in Parijs (waar anders) gevonden plaat was dat in elke geval zeker. Met zo’n bandnaam kon dat dan natuurlijk ook moeilijk misgaan.

2. Death In Vegas - Dirge (1999)
Lang niet meer aan dit nummer gedacht, maar bij het vorige nummer moest ik er opeens aan denken, zoals dat kan gaan. Zat een lekker macabere videoclip bij, uit de tijd dat die nog gewoon op tv vertoond werden.
Toevoeging (1 feb): Grappig hoe anders je dingen toch kan herinneren, want ik keek de clip in kwestie net terug en die zou ik nu zeker niet als ‘macaber’ omschrijven. Wel een lichtelijk Lynchiaans sfeertje, dus ook dat is mooi in lijn met het vorige nummer.

3. Brigid Mae Power - Missing You (2025)
Wat zijn er toch veel goede folkzangeressen tegenwoordig, met een eigenzinnig gevoel voor melancholie. Dit liedje is zo verslavend als missen maar zijn kan.
Toevoeging (2 feb): Ik heb net dit hele album zitten te beluisteren en kwam er al gauw achter dat het een coverplaat betreft. Ik herkende bijna alle liedjes, van onder meer Roy Orbison, Bert Jansch, Cass McCombs en Television. Maar dit nummer kende ik dus nog niet, blijkt geschreven door de Ierse zanger Jimmy MacCarthy en bekender geworden in de versie van de eveneens Ierse Christy Moore (Mae Power is ook Iers, dus dan mag het denk ik). De gemiste ‘you’ is dan ook duidelijk het moederland, bezongen vanuit het perspectief van de arme emigrant. In het kader van volledigheid, want zo ben ik, beide versies hier en hier.

4. Arooj Aftab - Aey Nehin (2024)
Elke december maak ik traditiegetrouw een verzamelcd’tje (ja echt, zo’n ouderwetse) met daarop mijn favoriete klanken van het jaar, de zogeheten Kasmix. De afgelopen, alweer achttiende editie, leverde weer een waar slagveld van gekilde darlings op, waaronder deze. Ach, Arooj is het wel gewend. Deze Amerikaans-Pakistaanse artiest is al vele Kasmixen het lot beschoren om op het laatste moment van de eindselectie af te vallen. Maar ja, ze heeft dan ook zo’n volstrekt eigen sound dat ze vaak lastig ergens tussen te plaatsen valt.

5. Beth Gibbons - Floating On A Moment (2024)
Nog zo’n gekilde darling, in de volksmond ook wel ‘kaskruimel’ genoemd. En dan te bedenken dat Beth misschien wel het mooiste concert gaf dat ik vorig jaar zag, hoewel ook een van de kortste. De inmiddels zestigjarige Portishead-zangeres met de betoverende stem (nog altijd even gekweld als troostrijk) heeft dan ook maar één soloplaat (haar plaat met Rustin Man van ook alweer bijna een kwart eeuw geleden niet meegerekend), al schijnt ze daar meer dan een decennium aan gesleuteld te hebben en dat is wel te horen.

6. Odetta - Every Night (1970)
En dan for something completely different. De legendarische folk-blues-artiest en burgerrechtenactiviste die een knus McCartney-deuntje covert (dat overigens maar een paar maanden eerder verscheen, zoals dat in die tijd ging). Ontdekte dit veel te kort geleden en kan er maar geen genoeg van krijgen.

7. John Cale - Hanky Panky Nohow (1973)
Er zijn van die platen waarin je zou willen wonen, en Cale’s Paris 1919 is er voor mij zo eentje: paleis en schuilkelder ineen. Haast elk nummer is even oorstrelend als literair, maar deze spookt de laatste tijd het zaligst door mijn hoofd.

8. One True Pairing - Frozen Food Center (2024)
Dit zou ik nou nooit als wildcard in huis halen, met zo’n lelijke bandnaam. Je moet maar net weten dat het de artiestennaam betreft van een van de zangers van het ter ziele gegane Wild Beasts. Nee, niet dat ene beest met die hele hoge stem, dat is Hayden Thorpe en die maakt gewoon onder zijn eigen naam ook fraaie soloplaten. Dit is het beest met die wat lagere (en misschien wel nog mooiere) stem, die al helemaal nooit bepaald wild klonk, en hier de futloosheid voorbij is. Gelukkig maar.

9. Broadcast - Follow The Light (opgenomen ergens tussen 2006 en 2009, uitgebracht in 2024)
Trish Keenan overleed in 2011, een veel te klein maar consistent magisch oeuvre achterlatend. Ik was bang voor de platen met demo’s die vorig jaar verschenen, deels met nummers die op Broadcasts vierde album hadden moeten komen. Zouden deze schetsen de magie niet verbreken en alleen maar weemoedig stemmen? Het tegendeel is waar: Follow The Light en vele andere nummers brengen perfectie van een spookachtige schoonheid.

10. Carpenters - Crescent Noon (1970)
Over spookachtige schoonheid gesproken, of eerder bedwelmende weemoed. Natuurlijk is Karens stem een van de mooiste ooit, maar als zij haar diepere registers opzoekt raakt de tijd pas echt bevroren.

11. Peter, Paul and Mary - 500 Miles (1962)
Peter van Peter, Paul and Mary is onlangs overleden. Nu ben ik onvoldoende in Peter, Paul and Mary verdiept om te weten wie Peter, wie Paul, en wie Mary is. Maar dat zij gedrieën een puik potje konden zingen bewijst dit godvruchtige prachtliedje wel.

12. Tucker Zimmerman (ft. Big Thief) - Burial At Sea (2024)
Het levensverhaal van deze bejaarde bard is vrij fascinerend, maar eigenlijk bijzaak. Belangrijker is dat hij zijn vuur heeft teruggevonden met behulp van de beste band van de afgelopen tien jaar: Big Thief. Zodra ik Adrienne Lenkers stem hoor smelt ik altijd weg en samen met Zimmermans sympathieke gekraak klinkt ze hemelser dan ooit.

De Keuze van Kas #93: Jarvis Cocker & Chilly Gonzales/Timber Timbre/Father John Misty

De Keuze van Kas is terug van weggeweest! Lees de vorige afleveringen hier en hier.

Jarvis Cocker & Chilly Gonzales - Room 29

Onlangs plaatste een vooraanstaande muziekwebsite een lijstje van de volgens hen vijftig beste albums die in de jaren ’90 onder de Britpop-vlag verschenen. Spannend zou natuurlijk zijn wie van de voor de hand liggende rivaliserende aandachtstrekkers uit die tijd, Blur of Oasis, op nummer één was geëindigd. Zou daarmee dan die zogenaamde strijd eindelijk een beetje beslecht zijn? Maar nee, tot mijn grote vreugde stond zowaar Pulp bovenaan! Zij maakten dan ook met Different Class (niet eens hun beste album vind ik) het ultiem sardonische werkje over die typisch Britse klassenstrijd. Jarvis Cocker, die zelf nooit iets met die term britpop te maken wilde hebben, was als ultieme outsider en observant wat mij betreft ook veruit de scherpste tekstschrijver van dat tijdperk. En in de wijze waarop hij die teksten naar voren bracht eerder een waanzinnige verhalenverteller en acteur dan zomaar een zanger.  Na het uiteenvallen van zijn band maakte hij nog twee vermakelijke soloplaten, maar legde zich daarna toe op het schrijven van essays en het presenteren van radioprogramma’s. Uit een interview begreep ik dat hij alleen nog muziek wil uitbrengen als het daadwerkelijk iets aan zijn oeuvre toevoegt. Die instelling zouden meer artiesten mogen hebben, maar toch zijn zijn stem en pen wel een gemis voor de mensheid. Hoe dan ook is er nu eindelijk iets nieuws, dat wat mij betreft zéker iets toevoegt. Alhoewel Cocker ditmaal enkel voor de teksten zorgt. De begeleidende muziek is van pianovirtuoos Chilly Gonzales, die ongrijpbare cultentertainer die klassieke muziek beheerst maar ook rapmuziek maakt en zichzelf vooral niet al te serieus neemt. Hun plaat verschijnt op het prestigieuze Deutsche Grammophon en de twee zijn er trots op dat dit in de honderdnegentienjarige historie van dat label de allereerste titel is die vergezeld dient te gaan met een Parental Advisory-sticker. Room 29 is een welhaast Schubertiaanse songcyclus, dat zich richt op deze specifieke kamer in een historisch hotel, het Chateau Marmont in Hollywood. Daar hebben sinds de jaren ’20 van de vorige eeuw allerhande excessen en tragedies van filmacteurs en andere ‘belangrijke piefen’ afgespeeld. Zoals Cocker op een nummer van Different Class levens bezong vanuit het perspectief van een bed, zo bezingt hij nu de spoken van het verleden waar de kamer (en soms de piano in die kamer) getuige van geweest moet zijn. Het verleden wordt geromantiseerd, maar vervolgens wordt deze romantisering ook weer doorgeprikt. De kamer staat symbool voor de illusie die film ons brengt (‘a trick of the light’), een illusie waar vele eenzame zielen achter schuil blijken te gaan en waar degene die de illusie ondergaat na het doorzien ervan ook onvermijdelijk eenzaam bij achterblijft. Met teksten als ‘Is there anything sadder than a hotel room that hasn’t been fucked in?’ en ‘You are such a jerk / You are a tearjerker / You don't need a girlfriend / You need a social worker’ blijkt Cocker na al die jaren afwezigheid nog doodleuk op zijn vertrouwde niveautje te zitten. Toch is zijn rol in dit project eigenlijk maar van ondergeschikt belang. Het verhaal van deze eenzame kamer wordt op de eerste plaats verteld door Gonzales’ pianospel, dat hoogst romantisch maar nooit clichématig klinkt. De vele instrumentale intermezzo’s - soms vergezeld door stukken ‘spoken word’ van filmhistoricus David Thomson, heel soms met een strijkkwartet - maken minstens zoveel indruk als de liederen. Dit is geen plaat die ooit in enig zogenaamd belangrijk lijstje terecht zal komen, maar wel een indringende luisterervaring voor wie het aandurft z’n illusies te laten doorprikken en de eenzaamheid van het leven te omarmen.

Beluister Room 29 op Spotify

 

Timber Timbre - Sincerely, Future Pollution

‘Floating cathedral’ is een term die ik een aantal keer voorbij hoor komen op deze nieuwe plaat van de Canadese band Timber Timbre. Ik heb opgezocht waar die term voor staat, maar er niks over kunnen vinden. Wat ik ieder geval steeds voor me zie is een ‘plastic soep’, zo’n eiland van menselijk afval zoals die door onze oceanen drijven. Dat heeft natuurlijk te maken met de grimmige titel van deze plaat en verdere teksten die vol staan met verwijzingen naar consumentisme en bijbehorende catastrofes. Die actuele thematiek lijkt aanvankelijk te wringen met de muziek van Timber Timbre, die altijd spookachtig buitentijds aandeed. Hun eerste paar platen klonken vooroorlogs folky, op de vorige paar hing een jaren ’50-sfeertje. De jaren ’50 van Roy Orbison, maar dan wel door een verwrongen, Lynchiaanse, lens. Sentimenteel, sensueel en sinister. Broeierig onder de oppervlakte. Schijnbaar losstaand van de wereld om ons heen. Ditmaal klinken echo's van de jaren ’80 door, met synthesizerklanken die een beetje zeeziek maken, funky gitaartjes die een koortsdroom begeleiden. De bizarre donkere croonstem van Taylor Kirk, die altijd minstens zoveel lijkt te dreigen als te verleiden, zal in elk muzikaal landschap wel gedijen. Die stem geeft dat landschap onvermijdelijk iets apocalyptisch, waarmee deze thematiek de band eigenlijk als gegoten zit. Binnenkort ga ik ze live zien en ik zie ernaar uit door deze ecobluesklanken dan verder verontreinigd te raken.

Beluister Sincerely, Future Pollution op Spotify

 

Father John Misty - Pure Comedy

The comedy of man starts like this
Our brains are way too big for our mothers' hips
And so Nature, she divines this alternative
We emerged half-formed and hope that whoever greets us on the other end
Is kind enough to fill us in
And, babies, that's pretty much how it's been ever since

Dit zijn de gezellige openingsregels van ‘Pure Comedy’, het openingsnummer van Father John Misty’s gelijknamige nieuwe plaat. Wat volgt is een bestudering van het wezen Mens, met al z’n pathetische verlangens naar zin en betekenis, waarmee het zichzelf tot het centrum van het universum wil bombarderen en daarmee constant z’n eigen ondergang gedoemd is te schrijven. Het doet denken aan het boek Godverdomse dagen op een godverdomse bol van Dimitri Verhulst, waarin de menselijke geschiedenis in dezelfde tragische wetmatigheden beschreven wordt. Misty deelt zijn gitzwarte humor met de Vlaamse auteur, maar de slotregels van het nummer - die ik hier niet zal weggeven - bieden een uiterst bescheiden, maar daardoor niet minder gloedvolle, humanistische hoop. Met z’n seksuele virtual reality-fantasieën lijkt de volgende track ‘Total Entertainment Forever’ enige broodnodige luchtigheid te brengen, tot je je realiseert dat dit de schijnluchtigheid van het zelfbedrog betreft, entertainment als Soma voor het volk. In het nummer dat daarop volgt, ‘Things That Would Have Been Helpful to Know Before the Revolution’, heeft de mensheid om een ecologische catastrofe op het nippertje te voorkomen zichzelf terug naar een natuurstaat gebracht, om van daaruit voor een tweede keer precies dezelfde fouten te gaan maken. In ‘Ballad Of A Dying Man’ checkt een man voor de laatste keer zijn newsfeed voordat-ie z’n laatste adem uitblaast, om te zien wat hij zal moeten missen. En zo gaat dit dus vrolijk vijfenzeventig minuten door. Naarmate de plaat vordert dringen er steeds meer metaperspectieven naar voren, die de gewichtige onderneming van deze conceptplaat een beetje ridiculiseren. In het heerlijk voort meanderende ‘Leaving LA’ neemt Misty alvast een voorschotje op de ‘reacties’: Oh great, that's just what we all need / Another white guy in 2017 / Who takes himself so goddamn seriously. En in ‘The Memo’ openbaart deze plaat zich als toch ook maar een product onder producten (Do you usually listen to music like this? / Can we recommend some similar artists?). Al dit onsubtiele sarcasme maken de troostrijke woorden die in de laatste paar nummers de boventoon voeren er niet minder geloofwaardig en ontroerend op. Je zou verwachten dat de luisteraar tegen die tijd wel volledig buiten adem moet zijn, maar over de muziek hebben we het nog niet gehad. Die zorgt voor een constante toevoer van zuurstof, met haar weelderige orkestraties en mierzoete melodieën. Over elk detail op deze plaat is nagedacht. Maar het meest nagedacht is toch wel over Father John Misty zelf. Deze arrogant schmierende onheilsprofeet die niks heerlijker vindt dan een eikel gevonden te worden, is immers slechts de spreekbuis van Josh Tillman, een zachtmoedige kerel die een trits mooie maar onopvallende folky platen onder z’n eigen naam uitbracht en drummer bij Fleet Foxes was voordat zijn personage hem vond. Dat personage behoort potsierlijk te zijn, omdat het een beroep durft te doen op zoiets potsierlijks als De Waarheid. Op de momenten dat dat potsierlijke doorbroken wordt doordat de relativerende romanticus achter de showbizzdoempredikant naar voren treedt, wordt die waarheid extra waar en waardevol. De vorige twee Father John Misty-platen (Fear Fun uit 2012 en I Love You, Honeybear uit 2015) waren ook bepaald niet misselijk, en muzikaal gevarieerder bovendien, maar waar daar gezocht werd naar een synthese van vorm en inhoud - en die zeer misbruikte en diffuse begrippen van authenticiteit en artificialiteit - valt op dit derde deel alles helemaal op z’n plekje. Hoe lang we ook nog maar mogen aanklooien in dit prachtige tranendal, dit document van onze onversneden komedie zal niet onopgemerkt zijn gebleven. Of nou ja, laten we ons dat maar wijsmaken dan. Pure Comedy is op z’n minst dé plaat die de mensheid momenteel nodig bleek te hebben. Ook niet mis.

Beluister Pure Comedy op Spotify

De Keuze van Kas #92: Temples/Why?/The Magnetic Fields

Na vijf jaar radiostilte is De Keuze van Kas terug, nu als onregelmatig verschijnend rubriekje op deze site. Lees mijn introductie en een eerste platenselectie hier terug.

Temples - Volcano

De meeste muziek die ik opzet vindt mijn dochter helemaal niks, maar eens in de zoveel veert ze op bij iets wat ze dan een tijdlang 'mijn lievelingslied' noemt. Voorlopig mag alleen nog maar dat gedraaid worden en als het voorbij is nog een keer en dan nog eens en nog eens. Aangezien ik vind dat ik mezelf allang gelukkig mag prijzen dat ze zeurt om iets wat ze via mij kent en niet via de meisjes in haar klas of de suggesties op YouTube, ga ik er zeker niet tegenin. Maar zodoende heb ik 'Certainty', de openingstrack van Temples' tweede album Volcano, aanzienlijk vaker gehoord dan de rest van dat album. En dat terwijl er nummers op staan die minstens zo aanstekelijk zijn, zoals het bedwelmende '(I Want To Be Your) Mirror', het extatische 'Born Into The Sunset' en het schattige 'In My Pocket'. Wat alle tracks gemeen hebben is een haast kermisachtige uitgelatenheid, balancerend tussen weinig subtiele sixtiesinvloeden (The Kinks, The Byrds, Love, dat werk) en vleugjes tegen het kitscherige aanhikkende synthpop (die het soms de Tame Impala-kant opsturen, alhoewel het nooit zo spannend of dromerig wordt). Die net iets prominentere plek voor synths onderscheidt Volcano van voorganger Sun Structures uit 2014, dat in zekere zin een perfectere popplaat was maar ook een beetje wegviel in de hoeveelheid soortgelijke retrobandjes die toentertijd opeens uit de grond schoot. Volcano voelt frisser. Dat deze muziek het goed doet bij kleuters is niet verwonderlijk, want net als z'n flowerpowervoorbeelden sleept het je een kleurrijke wereld in van naïeve verwondering. Maar ook voor grote mensen, zeker bij opkomend lenteweer, is dit een plaat om blij van te worden. Alhoewel ik, wanneer ik hem voor mezelf opzet, meestal wel bij het tweede nummer begin.

Beluister Volcano op Spotify 
En benieuwd geworden naar andere lievelingsliedjes van Annika? Check dan hier haar weloverwogen playlist-met-linernotes.
 

 

Why? - Moh Lhean

In de lente van 2008 was ik in de ban van een hiphopplaat over haaruitval. Of nou ja, Alopecia ging wel over meer dan dat. En echt hiphop was 't ook al niet, eerder ritmische indiepop waar Yoni Wolf - naast broeder Josiah de spil van de band - met zijn nasale neuzelstem teksten overheen rapte over pijpbeurten op bar-mitzva's, handlezers die hun eigen hand lezen, begrafenissen die het waard zijn om naartoe te vliegen en luchten om paarden van een hoefijzer onder te voorzien. Abstract, onnavolgbaar en toch steeds met een wurgende urgentie gebracht. Een jaar later verscheen het wat introvertere maar minstens zo meeslepende Eskimo Snow, waarna Why? met een paar mindere releases steeds meer naar de achtergrond van mijn bewustzijn verdween. Het nieuwe album Moh Lhean leek daar aanvankelijk weinig verandering in aan te brengen. Yoni's teksten zijn grotendeels ontdaan van hun bizarre details, de muziek neemt minder grillige wendingen dan voorheen. Maar de kracht van dit album is juist de relatieve onopvallendheid. In plaats van zich in je smoel te werpen, kruipt het onder de huid. Daar groeien de nummers van sympathieke sfeerschetsjes uit tot hypnotiserende hymnes. En ook als Yoni onomwonden contemplatief durft te zijn ('What mad stork / Brought us, dropped us / With no schematic and no map / Where every perfect nest disintegrates / Into the barely blur beyond') blijft hij verbeten eigenzinnig klinken. Zo ontregelend origineel als ze ooit waren mag Why? dan wel allang niet meer klinken, ontroeren doen ze meer dan ooit.

Beluister Moh Lhean op Spotify (en bekijk de clip hieronder in een geschikte browser voor het beoogde 360°-effect)

 

The Magnetic Fields - 50 Song Memoir

Het mooiste liefdesliedje ooit is niet geschreven door Bob Dylan, Joni Mitchell of Elvis Costello, maar door ene Stephen Merritt. In 'A Chicken With Its Head Cut Off' zingt hij: 'We don't have to be stars exploding in the night / Or electric eels under the covers / We don't have to be anything so quite unreal / Let's just be lovers'. Juist door het romantische te demystificeren geeft hij de liefde het volle gewicht dat ze heeft, van zichzelf, zonder iets anders te hoeven zijn. 'Let's just be lovers' mag klinken als een bescheiden voorstel, het is een van de weinige dingen die er werkelijk toe doen. Dit nummer staat op de plaat 69 Love Songs uit '99 en zoals de titel aangeeft zijn daar nog achtenzestig andere liefdesliederen op te vinden. Zeker de helft ervan is van een vergelijkbare genialiteit die een immense glimlach gepaard laat gaan met zoutige ooghoekjes. De andere helft is minder memorabel en een kritische geest zou kunnen beweren dat '33 Love Songs' een sterker geheel had opgeleverd. Toch geloof ik dat allerminst. Het paradoxale van Merritt's band The Magnetic Fields zit hem erin dat hun liedjes op zichzelf miniatuurtjes genoemd kunnen worden - ze vangen de grootsheid der dingen in het afgemeten kleine, soms haast lullige, zowel tekstueel als muzikaal - maar door die miniatuurtjes te laten zwemmen in een overvloedig geheel verkrijgen ze pas hun perspectief. Ze willen zich namelijk niet aan je opdringen, deze liedjes, ze willen geen onderdeel zijn van een 'perfecte popplaat' waarop elke track evenveel betekenis heeft, ze willen juist door jou ontdekt worden, haast als per toeval. Want dat is denk ik ook hoe Merritt ze benadert als hij ze schrijft. Alles wat hij ziet, hoort, meemaakt, kan zich vertalen in een liedje en dat hoeft dan geen pareltje te worden. Maar nogal vaak blijken ze dat in zijn geval wèl te zijn. Het is dan ook logisch dat na een aantal albums van een conventionelere omvang 50 Song Memoir - waarvoor hij bij elk van zijn vijftig levensjaren een liedje maakte - z'n sterkste werk is sinds die liefdesberg. De vijftig liedjes worden opgediend in vijf hapjes van elk ongeveer een half uur en behandelen onderwerpen als de niet-wederzijdse liefde voor een kat (een peutertrauma dat van blijvende invloed zal zijn geweest), een moeders zoektocht naar religie, de dood van Judy Garland, het schrijven van een ethiek-scriptie, de opkomst van de synthesizer, een woonsituatie met vier mannen, verscheidene huisdieren en één bed, de uitbraak van AIDS, een ode aan een stamkroeg, de keren dat hij als nukkige cultartiest ongelukkig geciteerd werd in de media, etcetera. Muzikaal schiet het minstens zoveel kanten op, van barokfolk tot synthpop en van disco tot potten-en-pannen-vaudeville. Meest onweerstaanbaar blijft natuurlijk die bizarre bariton van Merritt. Op andere Magnetic Fields-platen mogen de andere bandeden zo nu en dan ook een deuntje voor hun rekening nemen, vaak een reden voor mij om te skippen. Op 50 Song Memoir is enkel Merritt aan het woord en kan ik in m'n luie stoel blijven zitten, geboeid luisterend naar alle pareltjes waar hij zo schijnbaar toevallig op stuitte en ik dan vervolgens weer op stuiten mag.

Beluister Selections From 50 Song Memoir op Spotify (het volledige album staat er niet op; deze 16 tracks-tellende samenvatting bevat weliswaar de meeste hoogtepunten, maar onderstreept denk ik wel mijn opvatting dat de liedjes los van hun exorbitante raamwerk toch net iets minder sterk naar voren komen)

De Keuze van Kas #91: The Flaming Lips/Moss/King Gizzard & The Lizard Wizard/Grandaddy

Tussen februari 2010 en december 2011 - zeg maar gerust een eeuwigheidje geleden - was mijn stem elke donderdagmiddag te horen in het programma Songwriters Guild Live op AmsterdamFM. In de rubriek De Keuze van Kas besprak ik wekelijks een nieuw uitgekomen pop-/rock-/indiealbum. Ik had zelfs een eigen jingle, gemaakt met het inmiddels ter ziele gegane bandje The Secret Love Parade. Een groot deel van de 90 afleveringen die in totaal werden uitgezonden blijkt zowaar nog in de krochten van het internet rond te spoken.

In de afgelopen vijf jaar ben ik altijd even gretig nieuwe muziek blijven volgen, maar op een paar podcasts, een handvol geschreven muziekbesprekingen en het samenstellen van compilaties (waaronder mijn jaarlijkse Kasmix) na, voelde ik niet de behoefte er verder iets mee te doen.

Tot vandaag. Ik heb besloten voor deze site mijn oude rubriek nieuw leven in te blazen, maar wel in grotendeels gewijzigde vorm. Meest in het oor springend is toch wel dat u voortaan voor deze muziektips mijn stemgeluid niet meer hoeft te doorstaan. Ditmaal blijf ik in mijn comfortzone van het geschreven woord.

Met minder woorden dan u van mij gewend bent (dat is tenminste het nobele streven) zal ik proberen duidelijk te maken waarom u over een bepaald album net zo enthousiast moet worden als ik. De nadruk blijft liggen op nieuwe releases, maar zo nu en dan wil ik ook aandacht besteden aan een persoonlijke favoriet uit mijn platenkast, een (herontdekte) klassieker, of iets wat oud mag zijn maar nieuw voor mij is. Heel soms zet ik een los liedje in de schijnwerpers, maar de nadruk zal blijven liggen op albums als geheel. Met handige spotify-linkjes erbij, zodat u zelf kan beoordelen of ik overdrijf of niet, en bij wijze van voorproefje een youtubeclip.

Oh, en ik ga dit ook niet meer wekelijks doen, maar lekker onregelmatig. Dus de ene keer drie keer op een dag en dan weer een paar maanden niet. En de ene keer een handvol albums ineen en een volgende keer maar eentje. Gewoon hoe m'n pet staat dus. We zullen wel zien.

Hieronder dan het startschot van De Keuze van Kas 2.0, met vier platen die ik in de eerste maanden van dit jaar redelijk grijs heb gedraaid.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------

The Flaming Lips - Oczy Mlody

The Flaming Lips is een stelletje pathetische midlifecrisishippies dat LSD uitdeelt aan minderjarige zangeresjes en seks heeft met eenhoorns. Het grootste deel van hun tijd besteedt de band aan conceptuele projecten waar zelfs de ferventste adept niet op zit te wachten, zoals honderd cassettebandjes die je tegelijk moet afspelen om hun versie van The Sound Of Music te kunnen horen, of exclusieve symfonieën die ze verspreid over met fluorescerend sperma ingesmeerde USB-sticks in je verwarmingsbuis verstoppen. Humorloos kan het nooit genoemd worden, vermoeiend des te meer. Om erover te lezen alleen al, laat staan om zoiets ook daadwerkelijk aan te moeten horen. Dat gezegd hebbende, hun reguliere albums (met zoveel projectjes is het ‘reguliere’ haast een uitstapje te noemen) zijn dan altijd weer een verrassend groot genot. En ook helemaal niet zo moeilijkdoenerig eigenlijk. Op momenten aardig van de pot gerukt, dat zeker, maar om het te kunnen doorgronden hoef je alleen maar je ogen te sluiten en achterover te leunen. En ja, dat kan ook gewoon met een kopje karnemelk. Je wordt dan meegenomen in een trip die veel eerder behaagt dan ontregelt. Van het nieuwste album is de titel het enige irritante, als je daar overheen kijkt hou je een dozijn hypnotiserende psychpopliedjes over. De duisternis van voorgaande platen The Terror en Embryonic voert nog steeds de boventoon, maar het naïef-lieflijke van hun meest bewierookte werken The Soft Bulletin en Yoshimi Battles The Pink Robots schijnt daar af en toe als een zonnestraal doorheen. Zo briljant als die platen is Oczy Mlody zeker niet, maar wel vele malen meeslepender dan je van dit gezelschap op basis van hun 'buitenschoolse activiteiten' nog zou verwachten. Je zou ze er haast alles door vergeven.

Beluister Oczy Mlody op Spotify

 

Moss - Strike

Ik ken Moss nog uit de tijd dat ze op verlaten braderieën speelde. Daar wil ik me helemaal niet op vooraan laten staan hoor, echt niet, heus niet, maar toch, maar toch. Inmiddels is de band vele persoonsverwisselingen verder - alleen drummer Finn Kruyning en zanger/gitarist Marien Dorleijn zijn nog over van de originele bezetting - en toe aan albumpje nummer vijf. Nu kan je van Moss sowieso geen middelmatige plaat verwachten, daarvoor is hun gevoel voor hartverwarmende melodieën domweg te consistent. Maar Strike is nog zoveel mooier dan ik had durven hopen; dit durf ik gerust hun sterkste plaat tot dusverre te noemen! Alles wat de band altijd zo plezierig maakte - behalve dat melodieuze ook altijd een avontuurlijk gevoel voor sound en songstructuren - valt hier op achteloos klinkende wijze samen. Het roept het aanstekelijke lentebriesjesgevoel van hun eerste twee platen op, terwijl het meer duistere en introverte van de twee platen daarna op de achtergrond rond blijft spoken. En zoals het een synthese betaamt voelt het in plaats van een som der delen als iets wat op zichzelf staat, haast een nieuw begin. Het maakt zeer nieuwsgierig naar wat hierna nog meer allemaal mag volgen. Ik zie er ieder geval erg naar uit deze songs - alle dertien even aanstekelijk! - binnenkort live te horen. Op een braderie zal dat niet zijn, maar eigenlijk is elke zaal nog te intiem is voor de grootsheid van deze band. 

Beluister Strike op Spotify


King Gizzard & The Lizard Wizard - Flying Microtonal Banana

Het meest bizarre concert dat ik vorig jaar zag was van het Australische septet King Gizzard & The Lizard Wizzard. Al had ik het gevoel dat mijn goede vriendin S. en ik de enige waren die het zo bizar vonden. De rest van het publiek leek juist precies te krijgen waar het op anticipeerde. Vermoedelijk hadden de opvallend jonge en hip geklede liefhebbers de band vaker gezien en wisten ze dat deze met hun stoïcijns gespeelde klanken aanleiding zouden geven voor een kolkende moshpit. Bij aanvang stond ik helemaal vooraan, maar na de eerste paar tonen werd ik als een tube mayo waar een hamer op neerkomt naar de achterkant van de Paradiso getorpedeerd. S. stond stukken steviger in haar schoenen en zag ik twee uur later weer bij de garderobe. Het fascinerende aan King Gizzard is dat hun muziek bepaald niet de simpele punk is waar je dit soort praktijken mee associeert, maar redelijk neurotische acidrock, soms flirtend met hardrock maar even vaak met jazzy of krautrockerige passages. En met fucking dwarsfluiten. Mensen laten pogoën op dwarsluiten, ik vind dat bijzonder. Hoe dan ook, het contrast tussen het massaal uit z’n dak gaande publiek (er werd gerookt, gestagedived, er vloog een rolstoel door de lucht) en de band die geheel onverstoorbaar in haar eigen wereldje minutieus doormusiceerde werkte haast op m’n lachspieren van verwondering. Al even wonderbaarlijk is de productiviteit van dit gezelschap. Elk jaar wordt een nieuwe plaat uitgebracht, steeds weer rond een ander muzikaal concept of zelfopgelegde restrictie. Flying Microtonal Banana is maar liefst de eerste van vijf(!) albums die dit jaar gaan verschijnen. Je zou verwachten dat deze overvloed toch op zeker moment ten koste moet gaan van de kwaliteit, maar van sleetsheid is tot dusverre nog geen spoortje te bekennen. Elk van de negen tracks op dit albums staat als een huis. Leidend principe vormt ditmaal het 'microtonale toonstelsel'. Wat dat ook moge behelzen, dat deze nerds er menig dionysisch feestje mee zal aanrichten is iets waar we nu wel vanuit mogen gaan.

Beluister Flying Microtonal Banana op Spotify

Grandaddy - Last Place

Een ander bijzonder concertje dat ik vorig jaar mee mocht maken, was van een van mijn allerdierbaarste bandjes: Grandaddy. In alles het tegenovergestelde van de King Gizzard-ervaring een week eerder in dezelfde zaal: het publiek ongeveer dubbel zo oud, gekleed in saaie truien en stilstaand de muziek over zich heen laten komend. Ik moet bekennen dat dat wel wat dichter bij mijn eigen introverte belevingswereld staat. Toch maakt dat de collectieve belevenis er niet minder indringend op. De mensen kwamen hier om de melancholische droomklanken van de Californische indierockers over zich heen te laten komen en het warme bad waar we instapten stelde zeker niet teleur. Er is geen band die trager en zeurderiger en toch zo krachtig en catchy kan rocken als Grandaddy, geen band die mistroostigheid en ontheemding met zo’n gevoel voor absurde humor opdient. De nadruk lag op het oude werk, maar er werden ook enkele nieuwe liedjes gespeeld van wat hun eerste plaat in elf jaar zou moeten gaan worden. Die nummers klonken meteen vertrouwd. Een paar jaar geleden schreef ik naar aanleiding van een soloplaat een ode aan Grandaddy-opperhoofd Jason Lytle en blikte toen alvast vooruit op hoe een nieuw album van zijn oude band zou gaan klinken: ‘Voor de zoveelste keer zullen gedragen pianoklanken, valse computerbliepjes, symfonische synthesizers en nerveuze gitaren een surrealistisch landschap vormen waarbinnen Lytle’s vermoeide piepstem verhalen vertelt over alcoholische robots en andere uitzichtloze situaties van verlangen en eenzaamheid.’ Dat nieuwe Grandaddy-album is er dan nu en dit blijkt inderdaad een vrij nauwkeurige omschrijving ervan te zijn.  Zelfs Jed The Humanoid, het centrale personage van hun grootste meesterwerk The Sophtware Slump, keert even terug (of nou ja, een nakomeling van hem, en dat dan weer als zelfverklaard metafoor voor 'being drunk on the floor'). Het is dus precies wat ik ervan verwachtte. En dat is in het geheel niet erg, in hetzelfde stuk schrijf ik immers: ‘Het mag dan altijd weer hetzelfde liedje zijn, niemand anders dan Jason Lytle zou het kunnen maken.’ Toch is Last Place méér dan een herhalingsoefening. Het is niet alleen Lytle’s sterkste collectie songs sinds Sumday uit 2003, het is ook een plaat warvan met elke luisterbeurt iedere track zich nog een stuk dieper in mijn hart weet te graven. En dan is het toch steeds alsof ik de kleine jongen ben die dat ene liedje weer voor het eerst hoor. 

Beluister Last Place op Spotify