Fototompouce

Vandaag is mijn dochter veertien geworden. Dat is een leeftijd waarop ze voor het eerst overweegt - en dan vind ik het allemaal wel erg dichtbij komen hoor, wordt ze inenen wel érg volwassen - het eens niet te vieren. Tenminste, het niet te vieren met vriendinnen, wat natuurlijk allang geen ‘kinderpartijtje’ meer mag heten. Ze heeft ook zoveel verschillende vriendengroepen, ik herinner me nog goed van vroeger hoe dat opeens ingewikkeld kon gaan voelen. Het ‘grotemensenfeest’ gaat natuurlijk altijd door. We vieren dat zondag met onze uitgebreide maar toch zo kleine familie, en daar hoort een zekere traditie bij.

Al zo’n kleine tien jaar bestel ik bij de Hema tompoucen waarop een foto van de jarige job prijkt en die foto is dan een foto van het jaar ervoor waarop ze een tompouce eet met daarop een foto van het jaar daar weer voor, nou, u begrijpt het idee. De grap van dit project is dat de gebaksfotokwaliteit natuurlijk niet ook maar een fractie weer kan geven van deze in theorie duizelingwekkend blik in een verjaarsgeschiedenis. Hoogstens kan je als je heel goed naar zo’n taartje staart (voor wie het geduld kan opbrengen dat kan doen op een drukke verjaardag) ontwaren dat er verleden jaar ook een tompouce gegeten werd. Deze verjaarstompouce is een manifestatie van een idee dat niet echt gemanifesteerd wordt, een conversation piece voor geelromige bekken. Het is een grap die steeds opnieuw uitgelegd moet worden en die ook nooit echt beklijven wil. Zélfs voor familieleden die het al jaar in jaar uit uitgelegd krijgen, al worden die nu eenmaal ook een dagje ouder. De meeste mensen in onze families houden ook helemaal niet van tompoucen, en zeker niet van de Hema. Daarom is er daarnaast ook altijd nog een ‘echte taart’, zo een waar kaarsjes in passen, door een oma of bonusmoeder met ziel en zaligheid bereid. Hoe heerlijk ook, die taart is bijzaak.

Het was nog even spannend of de traditie dit jaar kon worden voortgezet. De website van de Hema herkende mijn fotobestanden opeens niet meer. Even overwoog ik vreemd te gaan met de Jumbo, waar we ooit eerder onze toevlucht zochten tijdens corona-tijd omdat de Hema minder essentieel bevonden werd. Niemand proefde toen het verschil, maar toch voelde het niet goed. 

Na een tijd in de chat van de klantenservice te hebben gehangen, bleek de Hema-medewerker niet verder te komen dan dat ik het in een andere browser kon proberen, maar dat had ik uiteraard al geprobeerd. Ik ben toch ook niet van gisteren.
‘Kan ik anders langskomen bij een filiaal met het jpg-bestand op een usb-stick?’ probeerde ik toen maar.
De tijd begon immers te dringen.
‘Dat noem ik nou nog eens out-of-the-box-denken,’ typte de medewerker. ‘Daar houden wij van bij de Hema. Maar helaas werkt het zo niet.’
Nadat hij heel lang met een collega had overlegd, en ik bijna het scherm gesloten had omdat ik dacht dat ik vergeten was, kreeg ik het bericht dat er bij hoge uitzondering een ultrageheim nummer met mij gedeeld werd, van het fototompoucenhoofdkwartier. Daar moest men mij zeker verder kunnen helpen.

Even later kreeg ik Wilco aan de lijn.
‘Ja, we hebben vaker gedoetjes de laatste tijd,’ zo legde hij uit. ‘Maar als je dat fotootje naar dit nummer appt, met de gewenste hoeveelheid erbij, dan kan je ze gewoon zondag op tijd afhalen hoor. Gewoon bij jou om de hoek, geen enkel probleem. Gaat het eigenlijk om een regulier formaatje of om minitjes?’
‘Een combinatie graag.’
‘Ah, voor de kleine en de grote happers. Hartstikke mooi.’
Volgens mij was alles hiermee helemaal geregeld, dus wilde ik het gesprek afronden. Maar ik had het gevoel dat ik Wilco nog iets moest vragen, omdat hij met zijn ultrageheime nummer vast weinig mensen sprak.
‘Wat is eigenlijk de raarste foto die je ooit op een tompouce hebt moeten drukken?’ hoorde ik mijn stem vragen.
Gênant, die vraag kreeg hij natuurlijk áltijd op verjaardagen en begrafenissen.
Wilco zuchtte inderdaad enigszins vermoeid.

‘Het valt mee hoor,’ zei hij. ‘Afgezien van de gebruikelijke dick pics, alleen zo af en toe een hakenkruisje.’
‘En die moeten jullie dan afwijzen natuurlijk.’
‘Officieel wel, officieel wel. Maar ik knijp wel eens een oogje toe hoor. Ik bedoel, die mensen hebben toch ook recht op een zoete traktatie? Omdat zij dan toevallig een andere politieke voorkeur hebben, gaan wij ze dat ontzeggen? Ik vind dat wel ver gaan hoor, ik ben voor vrijheid van tompoucenuiting.’
‘En AI-gegenereerde content?’
Waarom bleef ik dit gesprek gaande houden? Het was toch duidelijk dat ik ons beiden hier alleen maar mee vermoeide? Maar Wilco leek alleen maar enthousiaster te worden, hij sprak zo snel dat hij bijna niet meer te volgen was.
‘Ja natuurlijk, deepfakes zie je steeds vaker. En ook een steeds sterker vermoeden van Russische trollbots, die schijnbaar onschuldige plaatjes van bijvoorbeeld een gieter in een weiland bestellen en nooit ophalen, duidelijk alleen bedoeld om het systeem te ontwrichten. Ik denk daarom ook dat die site zo hapert. Maar het past niet meer bij de tijdgeest om dat allemaal tegen te houden hoor. We hebben alle factcheckers hier de laan uitgestuurd. Of nou ja, een paar heb ik laten omscholen voor mijn hobbyprojectje. Een bloedstollende serie, enkele streamingdiensten hebben al interesse getoond.’
‘Nou, wat mooi zeg. Over tompoucen?’
‘Wat denk jij dan, die gebakjes zijn mijn lust en mijn leven. Wist jij dat antropologisch-mathematisch onderzoek onlangs heeft aangetoond dat er welgeteld 72 manieren zijn om zo’n ding te verorberen? De gemiddelde Hollander kent er maar 3: ‘dakje eerst’, ‘dakje laatst’, en de immer riskante ‘alles-ineen-hap’. Maar daar komt dus nog een heel spectrum aan mogelijkheden bij.’
‘Wow Wilco, wat een leerzaam gesprek is dit toch. Maar waar gaat die serie nou over?’
‘Een kat-en-muisspel tussen een neurotische rechercheur en een geslepen psychopaat, we hebben het vaker gezien. Maar in dit geval stuit die rechercheur elke keer dat-ie thuis komt - een heel donker huis met nauwelijks meubilair - op een tompouceje dat daar op mysterieuze wijze terecht is gekomen. Wanneer die rechercheur het gebaksdoosje opent, hoor je steeds hetzelfde pianomotiefje, heb ik ook zelf gecomponeerd. Als trouwe kijker gaan je nekhaartjes dan steeds weer rechtop staan, want op elke tompouce zien we een cryptische hint waardoor die rechercheur weer iets dichter bij de psycho lijkt te komen. Tenminste, als hij niet op het verkeerde been wordt gezet, tot het laatste seizoen blijft dat toch de grote vraag.’

Het was interessant om eens een kijkje te krijgen in de keuken van de fototompoucenindustrie, waar ik elk jaar rond deze tijd weer m’n steentje aan bijdraag. Toch moest ik wel even bijkomen van al deze informatie. Het belangrijkste was dat Wilco aan de slag kon met mijn foto, om deze heerlijk onzinnige traditie voort te zetten, dit in glazuur gevangen semi-droste-effect dat zoals zoveel dingen in het leven juist zo mooi is omdat het alleen maar in theorie bestaat. Hoewel heel soms dingen die écht bestaan, zoals mijn dochter, nog vele malen mooier zijn.